Rechten en plichten voor het oproepcontract
Voor werknemers met een oproepcontract is er minder inkomenszekerheid. De werknemers zijn afhankelijk van de werkgever of ze wel of niet werken. Echter hebben de werknemers een aantal plichten om de werknemers enigszins te beschermen:
- Bij een oproepcontract is de werkgever verplicht om de werknemer op te roepen wanneer er werk ontstaat waar diegene geschikt voor is. Wanneer er een uitzendkracht wordt ingezet is dit niet veroorloofd.
- De oproepkracht heeft recht op minimaal drie uur loon bij elke oproep door de werkgever.
- Wanneer een oproepkracht ziek is, moet de werkgever de ingeplande uren uitbetalen.
- Voor een medewerker met een oproepcontract geldt een oproeptermijn van vier dagen. Wanneer een werkgever later dan vier dagen voor het ingeplande werk afzegt, heeft de oproepkracht recht op het loon van de afgesproken uren.
- Oproepkrachten hebben recht op vakantiegeld.
- Wanneer een oproepkracht 12 maanden in dienst is maakt hij aanspraak op een vast aantal uren. Voor het aantal uur wordt er gekeken naar het gemiddeld aantal uur dat de medewerker de eerste 12 maanden heeft gewerkt.
- Het oproepcontract kan niet beëindigd worden door de werknemer niet meer op te roepen. Voor een contract met onbepaalde tijd moet de werkgever zelf het contract opzeggen. Dit moet via de regels van het ontslagrecht. Bij een tijdelijk contract eindigt het contract op de afgesproken einddatum.